Wie was Ismaël in de Bijbel?

Vraag: “Wie was Ismaël in de Bijbel?”
Antwoord: Ismaël wordt beschouwd als een aartsvader van de Islam, gebaseerd op legenden die zich rond hem hebben ontwikkeld en informatie die in de Koran is gevonden. Maar wat vertelt de Bijbel ons over Ismaël?
Ishmaël was de eerstgeboren zoon van Abraham. God was aan Abraham verschenen en had hem beloofd dat hij een zoon zou krijgen en dat hij de vader zou worden van vele volken (Genesis 15). Maar na verloop van tijd had Abraham geen kinderen meer. Zijn vrouw, Sarah, was niet in staat zwanger te worden, en zij begonnen zich af te vragen hoe de belofte zou worden vervuld.
In Genesis 16 stelt Sarah voor dat Abraham een kind zou krijgen met haar slavin Hagar, een Egyptische. Blijkbaar was dit in die tijd een tamelijk gebruikelijke praktijk (ook toegepast in Genesis 30 door de vrouwen van Jakob): de vrouw schonk een slavin aan haar man, maar alle kinderen die werden geboren zouden worden gerekend tot de kinderen van de vrouw (misschien een oude versie van draagmoederschap). Hoewel dit voor Abraham en Sara een werkbare oplossing leek, veroorzaakte het in werkelijkheid meer problemen dan het oploste.
Hagar werd zwanger van Abraham. Toen Hagar wist dat ze zwanger was, begon ze Sarah te “verachten”, en Sarah riep Abraham om hulp. Abraham zei Sarah te doen wat haar goeddunkt, dus begon ze Hagar te mishandelen, en Hagar liep weg (Genesis 16:4-6).
De engel van de Heer vond Hagar in de woestijn en zei haar terug te keren naar Sarah. Hij vertelde haar toen over haar nog ongeboren zoon: “Je bent nu zwanger en je zult een zoon baren. Je zult hem Ismaël noemen, want de Heer heeft gehoord van je ellende. Hij zal een wilde ezel van een man zijn; zijn hand zal tegen iedereen zijn en ieders hand tegen hem, en hij zal in vijandschap leven tegen al zijn broers” (Genesis 16:11-12). Dus Hagar ging terug en baarde een zoon; Abraham was 86 jaar oud.
In Genesis 17, als Abraham 99 jaar oud is (en Ismaël dus ongeveer 13), verschijnt God opnieuw aan hem en herhaalt de belofte dat hij de vader van vele volken zal zijn. God vertelde Abraham dat Sara, die 90 jaar oud was, een zoon zal krijgen. Abraham had er moeite mee dit te geloven en vroeg of God zijn beloften wilde vervullen door Ismaël (vers 18). Hieruit kunnen we opmaken dat Abraham oprecht van Ismaël hield. Maar God zei dat de belofte vervuld zal worden door een zoon die Sara zal baren: “Uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en gij zult hem Izaäk noemen. Ik zal mijn verbond met hem oprichten als een eeuwig verbond voor zijn nakomelingen na hem. En wat Ismaël betreft, Ik heb u gehoord: Ik zal hem zeker zegenen; Ik zal hem vruchtbaar maken en zijn aantal sterk doen toenemen. Hij zal de vader zijn van twaalf heersers, en ik zal hem tot een groot volk maken. Maar mijn verbond zal ik sluiten met Izaäk, die Sara u volgend jaar rond deze tijd zal baren” (verzen 19-21).
In Genesis 21 wordt Sarah’s zoon Izaäk geboren, en opnieuw ontstaan er problemen. Sarah ziet Ismaël de jonge Izaäk bespotten, en ze eist actie van Abraham: “Ontdoe je van die slavin en haar zoon, want de zoon van die vrouw zal nooit delen in de erfenis met mijn zoon Izaäk” (vers 10).
“De zaak verontrustte Abraham zeer, omdat het zijn zoon betrof. Maar God zei tegen hem: ‘Wees niet zo bedroefd over de jongen en je slavin. Luister naar wat Sara u zegt, want door Izaäk zal uw nageslacht worden gerekend. Ik zal ook de zoon van de slavin tot een volk maken, want hij is uw nageslacht” (Genesis 21:11-13). Opnieuw komt Abrahams liefde voor zijn zoon Ismaël naar voren, en God belooft Ismaël te zegenen. Abraham verzamelde wat proviand en stuurde Hagar en Ismaël weg. Toen de proviand op was, werden Hagar en Ismaël overmand door verdriet, in de veronderstelling dat zij in de woestijn zouden sterven. “God hoorde de jongen huilen en de engel van God riep Hagar vanuit de hemel en zei tegen haar: ‘Wat is er aan de hand, Hagar? Wees niet bang, God heeft de jongen horen huilen terwijl hij daar lag. Til de jongen op en neem hem bij de hand, want ik zal hem tot een groot volk maken. Toen opende God haar ogen en zij zag een waterbron. Dus ging zij heen en vulde de huid met water en gaf de jongen te drinken” (verzen 17-19). Opnieuw verscheen God aan Hagar en beloofde Hij dat Ismaël een groot volk zou worden. Tenslotte wordt ons verteld dat “God bij de jongen was toen hij opgroeide. Hij leefde in de woestijn en werd een boogschutter. Terwijl hij in de woestijn van Paran woonde, kreeg zijn moeder een vrouw voor hem uit Egypte” (verzen 20-21).
Bij Abrahams dood liet hij alles na aan Izaäk, maar Ismaël hielp zijn halfbroer wel bij het begraven van Abraham (Genesis 25:9). Genesis 25:12-18 somt de nakomelingen van Ismaël op. Zij zijn inderdaad talrijk, verdeeld in twaalf stammen, en, zoals God eerder had geopenbaard, “zij leefden in vijandschap tegen alle stammen die aan hen verwant waren” (vers 18). Ismaël leefde in totaal 137 jaar (vers 17).
Genesis 25 is de laatste vermelding van Ismaël als individu (behalve in latere genealogieën); zijn nakomelingen worden echter nog steeds genoemd in relatie tot Israël. Ezau trouwt met een nakomeling van Ismaël, omdat zijn moeder niet wilde dat hij met Kanaänitische vrouwen trouwde (zie Genesis 28:6-8; 36:3). Ismaëlieten worden als bevolkingsgroep genoemd in Genesis 37 – de broers van Jozef verkochten hem aan Ismaëlitische handelaren die hem als slaaf naar Egypte brachten. Ismaëlieten worden nog een paar keer incidenteel genoemd in het Oude Testament (evenals andere, niet verwante mannen met de naam Ismaël), maar het Nieuwe Testament zwijgt over hem. Ismaël wordt niet genoemd als een voorbeeld dat moet worden nagevolgd of vermeden.
Islamitische overlevering meldt dat Abraham Hagar en Ismaël meenam naar Mekka, en Ismaël wordt beschouwd als een aartsvader van de Islam. Hoewel het niet juist is om te zeggen dat alle Arabieren van Ismaël afstammen, zijn velen dat waarschijnlijk wel. Er is nog steeds veel onenigheid tussen de nakomelingen van Isaak en degenen die Ismaël als hun vader zien. Men kan zich afvragen hoe de zaken anders zouden zijn gelopen als Abraham er gewoon op had vertrouwd dat God zijn belofte zou nakomen zonder enige extra “hulp” van Abraham en Sara.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *