Maaseik

Etymologie en herkomstEdit

Zoals de naam doet vermoeden, is Aldeneik (mogelijk te vertalen als ‘oude eik’) ouder dan Maaseik (‘Maas-eik’). Hoewel de meeste toponiemen met het affix -eik verwijzen naar een landschap met eiken, is het ook mogelijk dat het is afgeleid van het Duitse woord Ecke, dat ‘hoek’ betekent. ‘Oude hoek’ of ‘bocht’ kan in dat geval te maken hebben met het feit dat de Maas historisch gezien een bocht vormde rond Aldeneik. Een eik komt echter voor in het wapen van de stad, waarin drie kruisen (die wellicht de drie oudste parochies voorstellen) en een vis (die de rivier de Maas voorstelt) zijn opgenomen.

Merovingische riemgespen, uit de begintijd van de abdij van Aldeneik

Volgens de overlevering werd de abdij van Aldeneik rond 700 n.Chr. door Adelard, een plaatselijke Frankische heer, gesticht als benedictijns nonnenklooster. Zijn twee dochters, Herlindis en Relindis, werden beiden abdis van het klooster en werden uiteindelijk heiligen. De abdij van Aldeneik werd al snel het centrum van een kleine dorpsgemeenschap.

De abdij werd waarschijnlijk in de 9e eeuw door de Vikingen verwoest. Rond 950 schonk keizer Otto I het gerestaureerde klooster aan de bisschop van Luik, die er een religieus kapittel voor (mannelijke) kanunniken van maakte. De reden voor deze hervorming was wellicht dat er in de omgeving al verschillende religieuze instellingen voor adellijke vrouwen bestonden: De abdij van Susteren, de abdij van Thorn en de abdij van Munsterbilzen. De abdij van Aldeneik werd aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog verlaten, maar het kapittel werd voortgezet in Nieuw-Eycke (‘nieuwe eik’), het huidige Maaseik.

MiddeleeuwenEdit

Het stadje Maaseik werd waarschijnlijk rond het jaar 1000 gesticht, wellicht door de kanunniken van het nabijgelegen Aldeneik. Het lag vlakbij de oude Romeinse weg die Maastricht en Nijmegen verbond en was relatief veilig gelegen in het dal van de Maas. De nederzetting maakte oorspronkelijk deel uit van het graafschap Loon. Het dorp groeide en werd een belangrijke handelsplaats in het Maasgebied. Maaseik kreeg zijn stadsrechten in 1244. In de 14de eeuw werd Loon opgenomen in het bisdom Luik en werd Maaseik een van de 23 Luikse Bonnes Villes.

Als een typisch geplande stad, beginnen de vier hoofdstraten op het marktplein en leidden naar de vier stadspoorten, waarvan er geen enkele bewaard is gebleven. Ook de rechthoekige vorm van de stadsmuren is typisch. Tegen de westelijke muur werd een burcht gebouwd. De muren werden echter ontmanteld in 1467, toen de hertog van Bourgondië, Karel de Stoute, tijdens de Luikse Oorlogen het prinsbisdom Luik aanviel en vele steden in de regio verwoestte.

16de-18de eeuwEdit

Tot in de 16de eeuw was de economie van Maaseik bloeiend, dankzij de handel en de productie van laken. Een groot deel van de bevolking bestond in die tijd echter uit priesters, kanunniken, monniken, nonnen, begijnen of begharden. Tot aan de Franse Revolutie waren er niet minder dan zes kloosters in het stadje aanwezig.

Tijdens de godsdiensttroebelen van de 16e eeuw was Maaseik een bolwerk voor het wederdoperschap en brak het zich bijna los van Luik, maar prins-bisschop Gerard van Groesbeek wist het volk tot bedaren te brengen en de stad te behouden.

Maaseik werd in 1672 opnieuw belegerd door Lodewijk XIV. De muren, die in de 16e eeuw waren herbouwd, werden in deze periode door Vauban versterkt. De stad werd getroffen door twee rampzalige branden in 1650 en 1684; de brand van 1684 verwoestte een derde van de hele stad, die tot dan toe grotendeels uit houten huizen bestond. Daarna was het bouwen van houten huizen niet meer toegestaan.

Moderne tijdEdit

Na de terugtrekking van de Fransen in 1814 werd Maaseik deel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-39). De stad sympathiseerde met de Belgische Revolutie en werd in 1831 een Belgische stad.

De industriële revolutie van de 19de eeuw lijkt aan Maaseik voorbij te zijn gegaan. De stad had haar belang verloren en kende niet veel groei, wat wellicht verklaart waarom vele huizen uit de 17de en 18de eeuw bewaard zijn gebleven. Tot ver in de 20ste eeuw waren er verschillende boerderijen actief binnen de stadswallen. De muren werden in de loop van de 19e en 20e eeuw geleidelijk afgebroken. Alleen een deel van het zuidelijke deel aan de Walstraat resteert nog. Sommige straatnamen herinneren aan de namen van de oude stadspoorten (Bospoort, Maaspoort). In 2007 werden bij opgravingen voor een ondergrondse parkeergarage resten van een vestingtoren gevonden.

Een in de 19e eeuw aangelegde spoorlijn verbond Maaseik met de provinciehoofdstad Hasselt, maar raakte in onbruik en werd rond 1950 verwijderd; hij doet nu dienst als onderdeel van een fietsnetwerk in Belgisch Limburg. In het begin van de 20ste eeuw werd een brug over de Maas gebouwd, die Maaseik rechtstreeks met Nederland verbond. De brug werd verschillende keren vernield tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. De huidige brug werd in 1951 gebouwd en verving een tijdelijke brug die in 1944 door Amerikaanse troepen was gebouwd.

Heden ten dage is Maaseik vooral een regionaal centrum voor de omliggende gemeenten met enkele kleine fabrieken en bedrijven, winkels, restaurants, een theater, scholen, een gerechtsgebouw en een ziekenhuis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *