KGB

Van 13 maart 1954 tot 6 november 1991 was de KGB de hoofdnaam voor de belangrijkste Sovjet veiligheidsdienst, inlichtingendienst of spionagedienst, en de geheime politie.

In maart 1953 voegde Lavrenty Beria de MVD en de MGB samen tot één dienst – de MVD. In december van dat jaar werden Beria en zes medewerkers geëxecuteerd en werd de MVD opgesplitst. De opnieuw gevormde MVD behield zijn politie- en wetshandhavingsbevoegdheden, terwijl het tweede, nieuwe agentschap, de KGB, de interne en externe veiligheidstaken op zich nam, en verslag uitbracht aan de Raad van Ministers.

Op 5 juli 1978 werd de KGB omgedoopt tot de “KGB van de Sovjet-Unie”, en kreeg de voorzitter een zetel in de ministerraad. De KGB hield op te bestaan toen het hoofd ervan, kolonel-generaal Vladimir Kryuchkov, de middelen van de KGB gebruikte voor de couppoging van augustus 1991 om de Sovjet-president Michail Gorbatsjov omver te werpen. Op 23 augustus 1991 werd kolonel-generaal Kryuchkov gearresteerd en werd generaal Vadim Bakatin benoemd tot voorzitter van de KGB – met het mandaat om de KGB van de Sovjet-Unie op te heffen. Op 6 november 1991 hield de KGB officieel op te bestaan, hoewel Ruslands nieuwe nationale veiligheidsorganisatie, de Russische Federalnaya sluzhba bezopasnosti (FSB), op dezelfde manier werkt als de KGB van de Sovjet-Unie.

Wit-Rusland is het enige land uit het tijdperk na de Sovjet-Unie waar de nationale veiligheidsorganisatie nog steeds “KGB” heet. In Wit-Rusland begon Felix Dzerzjinski een groep die de Cheka heette, een organisatie in de Sovjet-Unie voordat de MVD of de KGB werd opgericht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *